Verjaringstermijnen in een notendop
De juiste verjaringstermijn hangt niet alleen af van het feit dat er een factuur bestaat, maar vooral van de onderliggende rechtsverhouding. Voor veel gewone contractuele schuldvorderingen geldt in beginsel de gemeenrechtelijke verjaringstermijn van tien jaar. Voor bepaalde periodieke schuldvorderingen geldt in beginsel een verjaringstermijn van vijf jaar. Voor bepaalde vorderingen in specifieke sectoren of in bepaalde B2C-relaties kunnen kortere termijnen gelden, waaronder in sommige gevallen één jaar. Omdat sectorspecifieke uitzonderingen en bijzondere regels mogelijk zijn, blijft voorzichtigheid noodzakelijk. Een factuur op zich volstaat juridisch niet altijd om zonder verdere analyse de juiste verjaringstermijn te bepalen.
Wanneer begint de termijn te lopen?
De verjaring begint in principe te lopen vanaf het ogenblik waarop de vordering opeisbaar wordt. In betalingsdossiers valt dat in de praktijk vaak samen met de vervaldatum van de factuur. Bepaalde handelingen van de schuldenaar, zoals een schulderkenning, een afbetalingsvoorstel of een gedeeltelijke betaling, kunnen onder omstandigheden gevolgen hebben voor de verjaring. Of dat in een concreet dossier effectief als erkenning of stuiting geldt, hangt af van de feiten en de formulering.
Hoe stuit je de verjaring concreet?
Een lopende verjaring kan in bepaalde gevallen worden gestuit. Dat betekent dat de lopende termijn wordt onderbroken en dat vanaf dat moment opnieuw een nieuwe termijn begint te lopen volgens de regels die op de betrokken vordering van toepassing zijn. Stuiting kan onder meer volgen uit een gerechtelijke handeling, uit een geldige formele aanmaning die aan de wettelijke voorwaarden voldoet, of uit een schulderkenning door de schuldenaar. Omdat de geldigheid en draagwijdte van een stuitingshandeling technisch gevoelig zijn, is het belangrijk om daar niet te licht mee om te gaan. Niet elke herinnering of ingebrekestelling zal automatisch hetzelfde effect hebben.
Wat als de verjaring verstreken is?
Wanneer de verjaring verstreken is, kan de schuldenaar zich daarop beroepen als verweer tegen de vordering. In dat geval wordt de schuld in beginsel niet meer juridisch afdwingbaar. Dat betekent niet noodzakelijk dat de onderliggende verbintenis volledig verdwijnt. In bepaalde gevallen blijft er nog een natuurlijke verbintenis bestaan, zodat een vrijwillige betaling niet zomaar kan worden teruggevorderd. In de praktijk is vooral belangrijk dat verjaring een ernstig procesrisico vormt. Wie te lang wacht, zet zijn invorderingspositie zwaar onder druk.
Praktische tip uit onze dossiers
Wacht niet tot het einde van de mogelijke verjaringstermijn. Hoe ouder een dossier wordt, hoe groter de kans dat de schuldenaar intussen insolvabel, moeilijk bereikbaar of failliet is. Het is daarom verstandig om openstaande facturen actief op te volgen, tijdig te rappelleren en, waar nodig, vóór het einde van de relevante verjaringstermijn een geldige stuitingshandeling te stellen.
